๐™€๐™ง ๐™จ๐™ฉ๐™–๐™–๐™ฉ ๐™œ๐™š๐™š๐™ฃ ๐™ฉ๐™ž๐™Ÿ๐™œ๐™š๐™ง ๐™ฃ๐™–๐™–๐™จ๐™ฉ ๐™™๐™š ๐™ฌ๐™ž๐™š๐™œ

03-09-2026

๐™€๐™ง ๐™จ๐™ฉ๐™–๐™–๐™ฉ ๐™œ๐™š๐™š๐™ฃ ๐™ฉ๐™ž๐™Ÿ๐™œ๐™š๐™ง ๐™ฃ๐™–๐™–๐™จ๐™ฉ ๐™™๐™š ๐™ฌ๐™ž๐™š๐™œ 

Toch reageren we 's nachts vaak alsof er een staat.
Een baby die overdag gefrustreerd raakt omdat hij net niet bij een bal kan?
Dat noemen we groeien. We blijven erbij, moedigen aan, laten oefenen.
Diezelfde baby, wakker om 3 uur 's nachts?
Onrust die we zo snel mogelijk moeten oplossen.
Alsof ongemak in de nacht per definitie onveilig is.
Evolutionair voelt dat bijna logisch. De nacht was lang de gevaarlijkste zone.
Ons systeem is gebouwd op waakzaamheid.
Er zou maar eens een tijger om de hoek kunnen staan.
Alleen. Het is 2026. We wonen in Belgiรซ.
En die tijger is intussen vervangen door andere angsten.
Angst om het fout te doen.
Spoken uit onze eigen kinderkamer die meeverhuizen naar de babykamer.
En niet alleen die spoken.
De ratrace verhuist mee.
Van beter, sneller, productiever,
naar: ook nog even "goed hechten",
liefst volgens alle boeken die we intussen gelezen hebben.
Zonder vangnet dat zegt: dit is te veel voor รฉรฉn gezin alleen.
Daar bovenop is er de blik van nu.
Babyfoons met camera, ademhalingssensoren, apps die elke beweging registreren.
Techniek die rust zou moeten geven,
maar veel ouders 's nachts vooral nog alerter maakt.
En dan is er dat ene moment dat ik van heel veel ouders hoor.
De avond is voorbij.
De dag was vol werk, zorg, mails, praktische to do's.
Misschien was er gisteravond nog een etentje met een vriendin.
Misschien was er daarnet weinig geduld bij het tandenpoetsen.
De deur van de kinderkamer gaat zacht dicht.
Jouw kind begint te huilen.
Op dat moment is het zelden alleen het huilen.
Het zijn alle stemmen van de dag die tegelijk beginnen praten.

๐˜ž๐˜ข๐˜ด ๐˜ช๐˜ฌ ๐˜ฆ๐˜ณ ๐˜ธ๐˜ฆ๐˜ญ ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜จ ๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ข๐˜ข๐˜จ?
๐˜‰๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ช๐˜ฌ ๐˜ต๐˜ฆ ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ญ ๐˜ธ๐˜ฆ๐˜จ ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ธ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ต?
๐˜‹๐˜ข๐˜ข๐˜ณ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ต ๐˜ธ๐˜ข๐˜ด ๐˜ช๐˜ฌ ๐˜ฌ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ต. ๐˜๐˜ข๐˜ฅ ๐˜ช๐˜ฌ ๐˜ป๐˜ข๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ณ ๐˜ฎ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ป๐˜ช๐˜ซ๐˜ฏ?

Die twijfel klinkt licht op papier,
maar in dat moment voelt het vaak zwaar.
Als hulpverlener zie je op dat moment vaak alleen het bovenste laagje.
Een huilende baby. Een ouder die "nog meer nabijheid" geeft.
Nog langer blijft. Nog dichterbij kruipt.
Wat ik in de praktijk zie, is dit.
Ouders die super responsief zijn.
Nabij zijn bij huilen en onrust. Wiegend, voedend, dragend.
En toch denken deze ouders dat ze tekortschieten
en dat ze nog meer moeten geven.
Nog zachter. Nog minder slapen.
Nog meer zichzelf wegcijferen.
Niet omdat ze het niet "juist" doen.
Maar omdat er veel meer lagen tegelijk spelen dan alleen het huilen in de nacht.

Ik zie bijvoorbeeld vaak:
een kind met een pittig temperament of een waakzaam lichaam
een belaste start, ziekenhuisopnames, veel pijn of ongemak in de eerste maanden
een biologisch slaapsysteem dat nooit echt de kans kreeg om mee te helpen
nachtgewoontes en patronen die zich langzaam maar zeker hebben vastgezet
ouders die al lang op automatische piloot draaien, uit pure overleving
en die avond waarop alle schuldgevoelens samenkomen aan de andere kant van de kinderkamerdeur 


Als je al die lagen samenbrengt onder รฉรฉn boodschap als"je moet gewoon meer nabijheid bieden en in verbinding blijven met je kind" doet dat geen recht aan de werkelijkheid in die gezinnen.En ook niet aan de ouders die al die tijd al zรณ nabij zijn geweest.
Wat ik bij het afronden van trajecten vaak hoor, klinkt eerder zo:'๐˜๐˜ช๐˜ซ ๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ช๐˜ซ๐˜ฌ๐˜ต ๐˜ฆ๐˜ช๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ญ๐˜ช๐˜ซ๐˜ฌ ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ญ ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ ๐˜ฏ๐˜ข๐˜ฃ๐˜ช๐˜ซ๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ฅ ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ข๐˜ข๐˜ฏ๐˜ธ๐˜ฆ๐˜ป๐˜ช๐˜จ๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ฅ ๐˜ช๐˜ฏ ๐˜ฅ๐˜ฆ ๐˜ฌ๐˜ข๐˜ฎ๐˜ฆ๐˜ณ ๐˜ฏ๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ช๐˜จ ๐˜ต๐˜ฆ ๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ฃ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ฅ๐˜ข๐˜ฏ ๐˜ธ๐˜ฆ ๐˜ฅ๐˜ข๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ'.Niet omdat nabijheid onbelangrijk is.

Maar omdat het maar รฉรฉn stukje is van een veel grotere slaappuzzel
waarin ook temperament, voorgeschiedenis, patronen, vermoeidheid en biologie meespelen.Voor mij is dit geen pleidooi tรฉgen nabijheid.
Wel een uitnodiging om breder te kijken dan alleen "nog dichterbij gaan",
en om als hulpverleners zorgzaam te blijven
in een realiteit die vaak zoveel gelaagder is.

Als ik รฉรฉn ding heb geleerd van de ouders met wie ik de afgelopen 6 jaar heb samen gewerkt, dan is het dit. 

Het zijn liefdevolle, sterk betrokken ouders die alles geven wat ze hebben.
Ze zijn niet "te zacht" of "te toegeeflijk".
๐™•๐™š ๐™ฏ๐™ž๐™Ÿ๐™ฃ ๐™ซ๐™–๐™–๐™  ๐™œ๐™š๐™ฌ๐™ค๐™ค๐™ฃ ๐™ฉ๐™š ๐™ข๐™ค๐™š ๐™š๐™ฃ ๐™ฉ๐™š ๐™๐™–๐™ง๐™™ ๐™ซ๐™ค๐™ค๐™ง ๐™ฏ๐™ž๐™˜๐™๐™ฏ๐™š๐™ก๐™›
in een tijd waarin bijna niemand hardop zegt dat 24 uur "aan" staan te veel is voor รฉรฉn gezin alleen.

Ik ben benieuwd hoe jij dit ziet in jouw praktijk.
Herken jij deze lagen bij de ouders met wie jij werkt?
En welke "tijger" houdt volgens jou vandaag de nacht wakker?En jij lieve ouder: welke 'tijger' hield jou vannacht wakker?

En nu gaan we (echt) slapen.

Ina 

Share